stimuleringsfonds creatieve industrie

context

Met de Open Oproep Designing a Community of Care nodigt het Stimuleringsfonds in april 2018 gemeenten, zorgaanbieders en woningcorporaties van Nederland uit om samen met ontwerpers te werken aan de transitie van de zorg in de wijk.

Dit artikel verscheen in de reader die het fonds ter gelegenheid van deze Open Oproep publiceerde. De reader toont met verhalen van uiteenlopende partijen in het zorgveld en concrete voorbeelden uit de praktijk de complexiteit van de opgaven, maar ook de kans.

Lees hier de longread Designing a community of care: Op zoek naar de nieuwe Wijkgedachte.

keizerswaard02.jpg

Op zoek naar de nieuwe Wijkgedachte

18 december 2017
Zeventig jaar geleden stond Nederland voor een ongekende bouwtaak: er moesten ruim twee miljoen huizen gebouwd worden, in antwoord op de geboortegolf na de oorlog en het nijpende woningtekort. Nog steeds is er vraag naar nieuwe huizen; zo wil Amsterdam in de nieuw te bouwen wijk Haven-Stad 70.000 woningen realiseren. Maar ondertussen dient zich een veel grotere opgave aan: de na-oorlogse wijken zijn toe aan vernieuwing.
Het gaat om meer dan een grote onderhoudsbeurt van de woningen, waarvan het comfort en de energieprestatie te wensen over laten. De toenemende zorgvraag van de vergrijzende bevolking in deze buurten speelt ook mee; hoe maak je de huizen geschikt voor mensen die slecht ter been zijn, en neem je zorgvoorzieningen op in de wijk? We wonen steeds langer thuis. Omdat we dat zelf willen, al is het ook wat de overheid stimuleert; de zorg dreigt anders onbetaalbaar te worden. Burgers moeten dit voortaan samen gaan organiseren, met ondersteuning van gemeentes. Participeren dus, maar hoe doe je dat?

toegankelijke openbare ruimte
We zijn geneigd ons te richten op de zorg zelf en de gebouwen, maar de openbare ruimte, of beter gezegd: toegankelijke openbare ruimte, speelt minstens zo'n belangrijke rol. Mensen met dementie die zich niet goed kunnen oriënteren op straat, durven niet meer zelf boodschappen te doen, uit angst de weg kwijt te raken. Wie op weg naar het buurthuis met zijn rollator op allerlei obstakels stuit – stoepranden, bloembakken – blijft uiteindelijk liever thuis dan een val te riskeren. Zo wordt de bewegingsruimte en het sociale netwerk van deze mensen steeds kleiner, wat het organiseren van hulp door kennissen en buurgenoten lastig maakt. Maar het heeft ook zijn weerslag op het algemeen welbevinden; lichaamsbeweging, contact en zelfredzaamheid dragen immers bij aan een goede gezondheid.

kansrijke erfenis
Het goede nieuws is dat de na-oorlogse wijken – los van de sociaal-maatschappelijke problemen - veel potentie hebben. Onder het motto 'Wederopbouw, een kansrijke erfenis' zijn de positieve karakteristieken van de vroeg-naoorlogse wijken (1945-1960) door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) in kaart gebracht: de ruime opzet, met brede stoepen, veel groen, voorzieningen op loopafstand en meestal een goede aansluiting op het hoofdwegennet en openbaar vervoer. De huurwoningen hebben een goede prijs-kwaliteit verhouding, de toegepaste systeembouw maakt het mogelijk om schaalbare standaardoplossingen te vinden voor de huidige renovatieopgave. En omdat naast de woningen ook de riolering van veel wijken vernieuwd zal worden, is dit een uitgelezen kans om meteen de openbare ruimte aan te pakken.
jacquelinerosbergenvanrce1.jpg
Rotterdamse tuinstad: Ommoord. Bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

wijkgedachte 2.0
De heldere structuur van de wijken biedt daarbij houvast. 'De wederopbouwwijken zijn opgezet vanuit de Wijkgedachte', legt Jacqueline Rosbergen van de RCE uit. De steden met hun bedompte arbeiderswoningen werden destijds gezien als massaal: een bedreiging voor de gezondheid en de sociale cohesie. De Wijkgedachte introduceerde een nieuwe orde, met het gezin als kleinste 'bouwsteen' en daaromheen, in steeds grotere (draai)cirkels, de buurt, de scholen, de winkels en publieke gebouwen zoals het stadhuis. De woningen werden als ensembles van hoogbouw in het groen geplaatst, met de verkeersstromen – metro, auto's, fietsen en voetgangers - strikt gescheiden.

'De wijkgedachte van toen, zo zit de maatschappij niet meer in elkaar'


Met de (recente) aanwijzing van dertig wederopbouwgebieden 'van belang' wil de RCE meer aandacht en waardering voor de architectuur van deze wijken genereren. Doel is niet om het erfgoed te conserveren; er is het besef dat er iets moet veranderen. 'De wijkgedachte van toen, zo zit de maatschappij niet meer in elkaar', zegt Rosbergen. Na de oorlog werd er gebouwd voor gezinnen, nu vind je in deze wijken vooral eenpersoonshuishoudens. 'Er zijn andere voorzieningen nodig, bijvoorbeeld voor mensen met dementie. Het weelderige groen in de openbare ruimte zorgt soms voor een gevoel van desoriëntatie; duidelijke herkenningspunten ontbreken. Hoe kun je die in de voet- en fietspaden vormgeven? Daar zie ik een taak voor de ontwerper. Het gaat erom de kernkwaliteiten van de wederopbouw met de vernieuwingsopgave te verweven tot een nieuwe stedelijke structuur: de Wijkgedachte 2.0.

dementie.jpg
Gasthuis van Welzijn, Laura Alvarez

tussenruimte
Architect Laura Alvarez benadrukt dat goede vormgeving alleen niet de oplossing is. 'De Wijkgedachte 2.0 is ook een sociale opgave: hoe betrek je mensen bij de buurt?' In reactie op de Open Oproep die het Stimuleringsfonds in 2015 deed om ideeën aan te dragen voor 'Het Nieuwe Gasthuis', ontwikkelde Alvarez het concept voor het Gasthuis van Welzijn. Het biedt tijdelijke huisvesting voor mensen met een lichte zorgvraag en moet 'een uitwisselpunt voor participatieve zorg' worden, 'waar je iets kunt doen voor iemand die hulp of aandacht nodig heeft.'

'De Wijkgedachte 2.0 is ook een sociale opgave'


Alvarez maakte een concreet ontwerp voor zo'n gebouw in de Haagse Stieltjesstraat, gelegen in de wederopbouwwijk Laakhaven-West, die ze uitgebreid onderzocht. 'Tijdens vraaggesprekken ontdekte ik dat veel bewoners bereid zijn mantelzorg te verlenen, aan mensen die ze kennen. Maar de mogelijkheden tot spontane kennismaking ontbreken.'

De architect toont een serie foto's van galerijflats. 'Alle entrees zitten aan één kant, waardoor je nooit je overburen zult tegenkomen. De entreeruimtes zijn erg smal; er is geen plaats voor een bloempot of een bankje. De plinten hebben blinde gevels met bergingen, de openbare ruimte is een niemandsland. Juist deze tussenruimtes, waar het privédomein van de woning overgaat in de semi-openbare ruimte, en het woongebouw landt in de openbare ruimte, zijn cruciaal om mensen met elkaar in contact te brengen.'
Alvarez stelt een stappenplan voor, dat begint met het organiseren van gezamenlijke activiteiten voor buurtbewoners, en het creëren van mogelijkheden om plekken toe te eigenen. Pas als het sociale netwerk functioneert, volgen fysieke ingrepen zoals het herontwerpen van entrees, en de realisatie van het Gasthuis.

20171023photoshoplienaertstraatweb2.jpg
Who cares winnaar: De wijk als (t)huis!, Sittard-Geleen

straat als plein
Landschapsarchitect Jeroen Verbeek van het team 'De Wijk als (t)huis' won met hun voorstel voor de wijk Geleen-Zuid en Kluis de prijsvraag WHO CARES, een oproep van Rijksbouwmeester Floris Alkemade om ideeën voor 'toekomstbestendige wijken' te verbeelden. Ook in dit plan staat de rehabilitatie van de openbare ruimte, als plek voor ontmoeting, centraal. 'Vroeger functioneerden de straten als plein', legt Verbeek uit. 'Daar ontmoetten mensen elkaar, op weg naar de bakker of de kruidenier. Die functie staat onder druk, door de dominantie van auto's op straat. Een eerste stap is om dat aan te pakken.'
De ontwerpers lieten zich inspireren door het Japanse kintsugi, goudlijm voor gebroken porselein. Een stelsel van toegankelijke voet- en fietspaden vormt hier het 'hechtmiddel' voor de na-oorlogse wijk. De brede paden nodigen uit om te wandelen, en verbinden de voorzieningen in de wijk met elkaar, terwijl door toevoeging van zitbankjes, speelplekken en bewegingstoestellen de buurt nieuw leven wordt ingeblazen.

'Vroeger functioneerden de straten als plein'


Het klinkt zo simpel: een goed voetpad, dat rekening houdt met rollators en scootmobiels, een zitbank waarop ook een rolstoelgebruiker kan aanschuiven. Verbeek is het daarmee eens. 'Zonder de kwaliteiten van ons plan tekort te doen: het zijn open deuren. We weten bijvoorbeeld allemaal dat het beter zou zijn als niet iedereen zijn auto voor de deur zou parkeren, zodat je een mooi voorplein bij de entrée kunt maken. Maar de consequentie, dat wie goed ter been is, een stuk moet lopen, vinden we moeilijk te aanvaarden. Het gaat ook om de mindset van mensen.' Die verander je volgens hem niet met radicale architectuur, maar juist door dicht bij het alledaagse leven en de routines van bewoners te blijven. 'Ons vertrekpunt is hoe men de wijk nu gebruikt; op welke manier kunnen we dat verbeteren?'

Het is een strategie die de structuur van de wederopbouwwijk respecteert en benut, maar afstand neemt van het modernistische idee van de maakbare samenleving.
Om tot nieuwe denkrichtingen en concrete voorstellen te komen is ontwerpend onderzoek op locatie nodig, in nauwe samenwerking met gebruikers. Anders dan zeventig jaar geleden, zal de nieuwe Wijkgedachte zich niet op de tekentafel ontvouwen, maar vanuit de praktijk.

Tekst: Kirsten Hannema

lienaertstraatweb.jpg
Who cares winnaar: De wijk als (t)huis!, Sittard-Geleen

Beeld boven: Frank Hanswijk
Tekst: Kirsten Hannema

downloads