stimuleringsfonds creatieve industrie

context

In 2014, 2015 en 2016 schreef het Stimuleringsfonds drie Open Oproepen uit, waarbij initiatiefnemers van stadslabs uitgenodigd werden voorstellen in te dienen voor het opzetten, dan wel doorontwikkelen en professionaliseren van initiatieven waarin stadmakers samenwerken aan oplossingen voor urgente ruimtelijke opgaven. De drie Open Oproepen werden uitgezet binnen het programma Innovatieve Vormen van Opdrachtgeverschap.

Marijke Bovens ging in gesprek met diverse stadslabs en schreef in opdracht van het Stimuleringsfonds de tekst 'Reflectie op de praktijk van de stadslabs'.

Inleiding
1. Bekend en bemind
2. Ontwerpersdilemma's
3. Continuïteit
4. Relaties met overheden
5. Financiën

stadslabmaastricht278229web.jpg

Reflectie op de praktijk van de stadslabs - 4. Relaties met overheden

14 maart 2017
De relaties tussen stadslabs en gemeenten variëren van vreedzame coëxistentie via voorzichtige toenadering tot innige verstrengeling, waarbij de eerste soort vaker voorkomt dan de laatste. Dat is ook zo gek niet, want stadslabs en ambtelijke diensten zijn in veel opzichten elkaars tegenpolen – waar de lokale politiek als een postillon d'amour tussendoor fladdert. Regelmatig keert in de verslagen terug dat de opstelling van de overheid ten opzichte van de stadslabs het best terughoudend en faciliterend kan zijn. Dat klinkt als: gemeente, bemoei je er maar niet te veel mee.
Gebonden als ze zijn aan uniformiteit en procedures, zijn gemeenten zeker een vertragende factor. Die traagheid breekt menig initiatief op, al ligt in de ogen van een klein en wendbaar initiatief het tempo van de gemeente al snel laag. Volgende week even iets regelen is er niet bij. Maar, en dat hoor je vaker, al was er maar één aanspreekpunt, iemand bij de gemeente die 'eigenaar' van het proces zou zijn. Dat zou al helpen.

Het Haagse stadslab Groene Helden beschrijft de zoektocht van buurtinitiatieven naar de juiste ambtenaar als 'De beklimming van het ijspaleis' (verwijzing naar het stadhuis van Den Haag). Als je de spreekwoordelijke 'welwillende ambtenaar' hebt gevonden, wees dan heel lief voor hem of haar en informeer meteen naar eventuele collega's. Want ook een ambtenaar is niet langer honkvast.

'Bas, moet je nu eens horen'. Sandra Schuit van gebiedslab Veluwse Stoofpot roept de hulp in van een ambtenaar bij de provincie.



Ook in Uddel blijkt maar weer hoe belangrijk een welwillende ambtenaar is. Dit keer niet van de gemeente maar van de provincie. Deze bestuurslaag staat ver af van de dorpen. Maar hier was een ambtenaar speciaal aangesteld om de provincie een beetje op te schudden. Het was zijn taak om aan zijn collega's te sjorren, vooral bij een complex gebiedslab als het Uddelermeer geen luxe. Als het project van Veluwse Stoofpot – zo heet het gebiedslab – in de modder dreigde te zakken, vertelt Sandra Schuit, belden wij hem: 'Bas, riepen wij dan, moet je nu eens horen.' Met de gemeente kon het gebiedslab lezen en schrijven. De ambtenaren hadden korte lijntjes naar het bestuur. Als zich iets voordeed zeiden de ambtenaren: 'Wacht maar, dit is een goed moment om even met de benen op tafel te praten met de wethouder.'
Welwillende gemeente

Meerdere stadslabs wijzen erop dat de gemeenten zich terugtrekken uit het publieke domein en baat hebben bij organisaties die dingen laten ontstaan en aanwakkeren. 'Plannen uit de stad zijn soms tien keer beter dan wat wij verzinnen', is een veel aangehaalde uitspraak van Mattijs van Ruijven, hoofd Stedenbouw Rotterdam, op het Stadmakerscongres 2015. Op dit jaarlijkse congres, mede georganiseerd door de gemeente, komen de stadmakers van Rotterdam en ver daarbuiten samen om ervaringen uit wisselen.

Ook Maastricht, het vroegste en bekendste voorbeeld van een welwillende gemeente, organiseert stadmakerslunches om een stedelijk netwerk te creëren. De stad heeft zich de noodkreet aangetrokken en met Maastricht-LAB een cocreatief platform opgezet, met de expliciete opdracht een uitgestoken hand te zijn voor alle initiatiefnemers in de stadsontwikkeling.

'Voor ambtenaren gaat het veel te vlug', aldus Gemeente Almelo.



Almelo is ook een gemeente die zelf een stadslab is begonnen. De gemeente gunt een kijkje in de ambtelijke keuken van de evaluatie van het eerste stadslab rondom stadslandbouw: '… de ontwikkelingen gaan voor ambtenaren veel te vlug. Wij als ambtenaren grijpen terug op kaders, subsidieverordeningen, bestemmingsplannen. Wij slaan daarmee vaak energie dood.'

Almelo is in januari 2017 gestart met stadslab 2.0 op te zetten met hulp van de L.A.B. Kit, vastbesloten om het deze keer beter te doen. L.A.B. Kit wordt ontwikkeld door het Antwerpse bureau Pantopicon, in samenspraak met de Europese onderzoekers van stadslabs Urb@exp. Deze toolkit bestaat uit een set vragen waarmee een initiatiefnemer greep kan krijgen op de strategische keuzes waar een stadslab bol van staat. Vragen die rollen, belangen en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen snel helder maken.

Stadslab 2.0 wordt heel anders, neemt Almelo zich voor. Uit de voornemens valt te destilleren wat de eerste keer niet zo uit de verf kwam: 'We laten anderen de dialoog voeren; we zetten in op drie thema's, maar de energie van initiatiefnemers maakt uit of ze alle drie aan bod komen; we laten los dat er een bepaalde uitkomst moet komen.'

20161025ddwstimuleringsfondsmk012web.jpg
Impactmeter van Stadslab Nijmegen. Foto: Max Kneefel
Impactmeter

Niets menselijks is de gemeente vreemd en daarom doen stadslabs er goed aan bedacht te zijn op het gegeven dat initiatieven die stroken met het gemeentelijk beleid in vruchtbaarder aarde vallen dan voorstellen die eigenzinniger zijn. Dit is in ieder geval de ervaring van Stadslab Nijmegen. Oproepen en plannen op basis van gemeentelijk beleid, constateren zij, krijgen sneller weerklank en steun dan initiatieven die rechtstreeks uit bevolkingsgroepen komen. Daar komt bij dat de nadruk van gemeentelijk beleid veelal ligt op grootschalige projecten op stedelijk niveau; initiatieven van burgers zijn vaak klein en sneeuwen gemakkelijk onder.

Om het effect van de kleine initiatieven zichtbaar te maken, ontwikkelde Stadslab Nijmegen de impactmeter. De impactmeter is een vragenlijst die de potentie van een initiatief al aan het begin expliciet maakt. Zo krijgen op het oog bescheiden initiatieven als een buurtbarbecue waardering. Omdat blijkt dat deze zo veel meer teweegbrengen in een wijk, in termen van sociale cohesie bijvoorbeeld.

'Wij zijn te netjes geweest', vertelt Stadslab Aan de Buurt in De Bosch.



Olifantenpaadjes
'Achteraf gezien hadden we wel iets brutaler kunnen zijn', zegt Wendy van Rosmalen, een van de twee bedenkers van Stadslab Aan de Buurt in De Bosch. 'Wij zijn te netjes gebleven en hebben te veel geduld opgebracht.' De plannen om winkelcentrum de Zuiderpassage te revitaliseren zijn stukgelopen. Met de wijsheid van deze ervaring, zegt Van Rosmalen, zou zij de volgende keer minder meegaan in de gevestigde instituties. Daar staat tegenover dat zij de gemeente nodig hadden voor hun plan. Als eigenaar van het binnenterrein dat in de revitalisering van het winkelcentrum een belangrijke rol speelt, als leverancier van data – het plan was om een demografisch onderzoek naar de wijk te doen, om zicht te krijgen op welke scenario's het meest kansrijk zijn – en als medefinancier van de plannen.

Een andere les is het eerder 'escaleren' richting de politiek: bij het ambtelijk stagneren eerder de wethouder inschakelen. Wat ook meespeelde is dat het projectteam relatief klein was. Van Rosmalen: 'Een kleine organisatie maakte het niet gemakkelijker, maar het was een afweging tussen een helder aanspreekpunt houden in de opstartfase en het verdelen van inzet.'
Terugkijkend ziet Van Rosmalen een kloof tussen stadslabs en instituties. Niet alleen in de snelheid van denken en handelen, die bij een stadslab een stuk hoger ligt dan bij de gemeente. De gemeente zou ook opener en toegankelijker kunnen zijn. Meer in de maatschappij staan. De gemeente zou blij moeten zijn met een stadslab.

'En nu zitten we in het projectteam' ( Boudewijn Rijff van Vechtclub XL)

Vechtclub XL

Zonder geld of grond en zonder positie hebben de creatieve ondernemers van Vechtclub XL een enorme investering gedaan in de ontwikkeling van een stedenbouwkundig plan voor het gebied rondom hun bedrijfsverzamelgebouw. Je hoeft niet te slopen, was hun boodschap aan B en W van Utrecht. Je kunt én de (monumentale) gebouwen sparen, én woningbouw plegen en geld verdienen.
Drie bureaus (architect, landschapsarchitect en stedenbouwkundige), alle drie huurders van Vechtclub XL, maakten het stedenbouwkundig plan. 'Ons primaire doel is de Vechtclub behouden, maar we willen wel in een heel gaaf gebied [blijven] zitten', verklaart Boudewijn Rijff hun motivatie. 'En nu', zegt hij, 'maken we deel uit van het projectteam van de gemeente.'

Een inspirerend voorbeeld van hoe een bottom-up-initiatief zonder grondpositie en zonder status in de vastgoedwereld doordringt tot de tafel waar het spel gespeeld wordt. 'Niet alleen gemeente maar ook ontwikkelaars willen met ons praten. (…) Het is best pittig om deel te nemen in een projectteam. Je bent opeens een halve ambtenaar, maar wel een onbezoldigde. (…) Wij werden al serieus genomen vanwege het succes van de Vechtclub in en voor de stad, maar onze openheid bij deze gebiedsontwikkeling heeft ons ook credits bij ambtenaren en bestuurders opgeleverd. Je ziet sowieso dat de gemeente Utrecht veel meer is gaan luisteren. Er is een nieuw besef van samen de stad maken.'

MUD

'And never the twain shall meet', dichtte Rudyard Kipling, maar in dit geval is er wel een derde weg aan het ontstaan naast de klassieke tegenpolen bottom-up en top-down. Stadslab DTO (Departement Tijdelijke Ordening) in Arnhem muntte het als MUD: Middle Up Down. Het gaat hierbij om een proces waarin professionals zelf positie in 'het midden' kiezen en werken vanuit lokale betrokkenheid en langetermijnbelang. Deze professionals hebben goede ingangen bij overheden en financiers, maar zijn ook onderdeel van een hecht lokaal netwerk met bewoners, ondernemers en creatieve denkers. Vanuit deze positie krijgen ze veel voor elkaar; de beweging ontstaat vanuit het midden (DTO College, 2015).

Welbeschouwd zijn er in de 'stal' van het Stimuleringsfonds heel wat middle-up-down-initiatieven. Bijvoorbeeld Stadslab Baankwartier in Rotterdam, Atelier Oostwaarts in Haarlem en Stadslab Buiksloterham in Amsterdam-Noord. Het past ook bij de gebruikelijke werkwijze van de bureaus die een stadslab trekken.

Stadmaker: 'Ik ben een beroepsburger'



Veel gemeenten moeten wennen aan stadslabs, maar voor andere overheden en (kennis)instituten is het nog helemaal een terra incognita. De provincie staat meestal veraf. Het waterschap heeft ook weinig contact met bewoners, merkte William Nederpelt van het stadslab Water in de Dordtse ruimte. Gewend als het waterschap is om met boeren en tuinders te onderhandelen en een langetermijnplanning te hanteren, schiet het in de protocolhouding als er vanuit bewoners een directe vraag komt: kunnen jullie ons steunen met een klein bedrag bij het maken van een film om bewoners bewust te maken van het belang van groene tuinen, als waterafvoer bij hoosbuien? Oei, eerst een script zien en een plan van aanpak, dan kijken we of iets kunnen bijdragen, was de reactie van het waterschap. 'Maar het stadslab heeft al veel losgemaakt', zegt Nederpelt, 'en de essentie van het stadslab is niet dat je anderen vertelt hoe zij het beter kunnen doen, maar dat je kennis en kennissen bij elkaar brengt. Het is een mooi spel.'

stadslabmaastricht138077web.jpg
L.A.B. Kit. Foto: Aron Nijs.
Positie kiezen

Ook de stadslabs zelf zien zich plotseling voor de keus geplaatst: doen we mee met het spel of niet? Stadslab Atelier Oostwaarts in Haarlem beraadt zich op de volgende situatie. De gemeente Haarlem presenteert de structuurvisie openbare ruimte in Haarlem, waarin ze geen prioriteit geeft aan de oplossing die het stadslab voor dit gebied nou juist het meest veelbelovend leek, namelijk een infrastructurele ingreep: een tunnel. Deze tunnel verbindt noord met zuid aan de oostzijde van de stad en zorgt voor tal van nieuwe kansen in een gesegmenteerd gebied.

Wat nu? Welke positie neem je dan als stadslab in? Wat doe je? Je weet dat je een onderwerp hebt gekozen met een politieke lading. Je hebt veel inspanning verricht om tot een goede suggestie te komen. Hoe verhoud je je dan met die politieke arena? Ga je je voorstel actief, activistisch misschien wel, uitventen; lobby je bij de stadbouwmeester en probeer je de lokale stakeholders achter je te krijgen? Anniek: 'We zijn nog zoekende naar antwoorden op deze vragen. Wel hebben we namens ons stadslab een zienswijze ingediend bij de gemeente. We wachten hun reactie nu af.'

'Meer gemeentelijke armslag helpt', aldus de Maastrichtse ambtenaar Jos Simons.

En het Rijk?

De Maastrichtse ambtenaar Jos Simons ziet niet direct een meerwaarde voor het Rijk. 'Stadslabs zijn bij uitstek lokaal. Wat wel een positieve bijdrage zou zijn van het Rijk is het respecteren en verruimen van gemeentelijke beleidsvrijheid en het uitbreiden van lokaal fiscaal beleid. Meer gemeentelijke armslag dus. Wat ook helpt is het verspreiden van kennis. Kennisdeling helpt bij leren en hier ligt wel een rol voor het Rijk.'

Het Rijk draagt ook indirect bij aan de stadsontwikkeling in een gemeente, zoals blijkt uit het geval van Utrecht. Het stedenbouwkundig plan dat stadslab Vechtclub XL maakte voor het Utrechtse OPG-terrein speelt nu een belangrijke rol bij de planvorming van de gemeente.
De bijdrage van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie aan de uitwerking van dit alternatieve stedenbouwkundig plan heeft zo'n bottom-up-initiatief mogelijk gemaakt.

Lees hier de andere hoofdstukken:

Inleiding
1. Bekend en bemind
2. Ontwerpersdilemma's
3. Continuïteit
4. Relaties met overheden
5. Financiën


Tekst: Marijke Bovens
Foto bovenaan pagina: Aron Nijs

haarlem.jpg
Atelier Oostwaarts