stimuleringsfonds creatieve industrie
dummy
Terugblik bijeenkomst Klimaatadaptie en energietransitie op IABR
b5mvh8233web.jpg

Terugblik bijeenkomst Klimaatadaptie en energietransitie op IABR

2 augustus 2018

Op 4 juli 2018 organiseerde het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie een debatmiddag over klimaatverandering, klimaatadaptie en energietransitie. In samenwerking met onder meer de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de IABR programmeerde het fonds een bijeenkomst met als onderdelen een viertal lezingen, een video, een debat met de zaal en een afsluitende reflectie. De middag werd gemodereerd door Elisabeth van den Hoogen.

Klimaatverandering vraagt om méér dan enkelvoudige oplossingen, hoe goed bedoeld dan ook.

Tekst: Andrea Prins

Wereldwijd worden steden geconfronteerd met de gevolgen van klimaatverandering zoals extreme regen, droogte en hittestress. Daarnaast zullen steden overal ter wereld, dus ook in Nederland, nog sterker dan nu al verdichten. Ook het Nederlandse cultuurlandschap zal veranderen: het landschap staat door de energietransitie onder groeiende druk. Om de klimaatdoelen van Parijs te halen, moet nú geacteerd worden: op politiek, bestuurlijk en financieel niveau, op globale, regionale én lokale schaal. Door hun verbeeldingskracht kunnen ontwerpers en cultuurhistorici vernieuwende bijdragen leveren op het gebied van klimaatadaptie, energietransitie en verdichting.

Doel van de bijeenkomst van het fonds was een kennismaking met en reflectie op ontwerpprojecten en initiatieven die in Nederland op verschillende schaalniveaus rondom deze thema's worden ontwikkeld. Op welke manieren kan de impact van deze initiatieven worden vergroot? En hoe kan de positie van ontwerp en cultuurhistorische expertise worden versterkt?

opgaven slim combineren
Henk Ovink, de Nederlandse Watergezant en eerste spreker tijdens de bijeenkomst, liet nog een keer indringend de immense globale, lokale en menselijke gevolgen van klimaatverandering zien. Hij beklemtoonde dat water wereldwijd een opgave is, die nooit af zal zijn: ‘je leeft met water - of je gaat eraan dood’. Belangrijk is daarom ‘continue innovatie, het omarmen van de complexiteit en het smeden van coalities met alle betrokkenen.’ Nederland kan terugkijken op eeuwenlange, succesvolle ervaring met de wateropgave. Ovinks impliciete oproep: zet deze unieke cultuur van samenwerken in voor de huidige complexe uitdagingen.
b5mvh7436web.jpg
Henk Ovink, Nederlands Watergezant bij ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Economische Zaken en Klimaat (EZK). Foto: Maarten van Haaff

Daan Zandbelt (College van Rijksadviseurs) concretiseerde het omarmen van complexiteit. Hij pleitte voor een ‘Stedenbouw van extremen’, waarbij in eerste instantie tegenstrijdig lijkende thema’s slim met elkaar worden gecombineerd om vernieuwende oplossingen voor klimaatadaptie te vinden. Zo wil hij verdichting, in het algemeen gezien als een oorzaak van toenemende hittestress, juist inzetten voor verkoeling. ‘Verdichten staat gelijk aan hoogbouw’ is een onjuist automatisme, stelt Zandbelt. Daarom pleit hij voor verdichting met laagbouw. Hoe dat kan, is te zien in steden als Berlijn en Parijs: blokbebouwing met zes, respectieve zeven á acht lagen resulteren in hoge dichtheden. Veel groen in de binnenhoven en op straten en pleinen zorgt voor verkoeling. Verdichten en verkoelen gaan dus prima samen, aldus Zandbelt. Als thema’s op en soortgelijke manier ‘gemixt en gematcht’ worden, kunnen de doelen van Parijs gehaald én 1 miljoen woningen worden gebouwd.

leren van natuurlijke netwerken
Eric Frijters (lectoraat Future Urban Regions) gebruikte de analogie van het menselijke lichaam met bloedvaten en zenuwstelsel om zijn visie van de stad als een levend organisme te verduidelijken. Complexe ‘stromen en circulaire netwerken’, zoals data, water, afval en kapitaal zijn in deze visie de basis voor schaal-overschrijdende ontwerpen. Zulke ontwerpen noemt Frijters ‘urbaan metabolisme’. Voorbeeld was een ontwerp voor het Zuid-Hollandse mondingsgebied gedacht vanuit een nieuw geothermisch netwerk. De energietransitie, en niet meer een qua schaal gedefinieerd ontwerp - gebouw of infrastructureel object of stedenbouw - met een getalsmatig Programma van Eisen, wordt de basis van het ontwerpopgave. ‘Als je werkelijk ontwerpt vanuit het thema van de circulariteit, moet de ontwerper door alle schalen heen kunnen kijken. Hij moet interdisciplinair denken. Daardoor zal de rol van de ontwerper én de artistieke uitdrukking veranderen,’ stelt Frijters.

De zaal was het eens over het immense belang van het koppelen van opgaven en het omarmen van complexiteit. Maar de praktijk is weerbarstiger, werd opgemerkt. Een circulaire werkwijze is nog steeds pionierswerk en kost verhoudingsgewijs veel tijd en inspanning. De huidige ontwerppraktijk bestaat uit enkelvoudige oplossingen, gedreven door individuele belangen. En: de diverse enkelvoudige oplossingen zitten elkaar ook nog in de weg. ‘Het Rijk is bepaald niet zodanig georganiseerd dat het vernieuwende werkwijzen faciliteert’, analyseert Zandbelt. De overheid moet haar afwachtende rol opgeven en combinatieopgaven faciliteren.

energietransitie, klimaatadaptie en cultureel erfgoed
Ellen Vreenegoor (RCE) sprak over vernuftige, historische watersystemen en hun context. Oer-Hollandse terpen en paalwoningen boden beschutting tegen hoogwater. Een systeem van stuwen en molenvijvers hield het land droog én bood door de verschillende waterstanden, stromend of stilstaand water condities voor biodiversiteit. Historische systeemkennis kan bijdragen aan het vinden van innovatieve oplossingen voor actuele vraagstukken, aldus Vreenegoor. De werkgroep rond Arconiko Architecten past deze werkwijze toe op stedelijk niveau. De video ‘Rotterdam Central District’ toont een aanzet om versteende, steeds meer verdichtende gebieden op basis van cultuurhistorisch onderzoek klimaatbestendig te maken. Met behulp van hun ontwerp brengt de werkgroep systeemkennis op diverse niveaus samen: van water- en groenverbindingen boven het maaiveld, verkoelende luchtstromen tussen de gebouwen en het benutten van platte daken.

Een kanttekening tijdens de discussie betrof de vraag of historische systemen niet te kleinschalig zijn voor huidige vraagstellingen. Vreenegoor nuanceerde: cultuurhistorie kan een ‘aanleiding voor een nieuwe ontwerpcultuur’ zijn waarbij steeds meer lagen aan het verhaal van een plek worden toegevoegd. De zaal was het erover eens, dat het vertellen van verbindende verhalen een belangrijke taak van ontwerpers is. ‘Cultuurhistorie zorgt voor een lokaal verhaal als kader voor de grote transitieopgaven. Daardoor begrijpt iedereen de urgentie en creëer je draagvlak voor nieuwe interventies’, vatte een deelnemer de discussie samen. Maar net zo noodzakelijk is de durf om iets geheel nieuws te doen. Als voorbeelden noemde een deelnemer twee projecten in Rotterdam uit de 19e eeuw: het stedenbouwkundige Waterproject van Willem Nicolaas Rose en Het Park-ontwerp van vader en zoon Zocher. De ontwerpen waren (en zijn) succesvol door hun toen innovatieve combinatie van techniek, hygiëne, ruimtelijke kwaliteit en het creëren van economische waarde. Deze integrale aanpak is een goed voorbeeld van een ontwerpcultuur die ook nu weer nodig is.

b5mvh8161web.jpg
Ellen Vreenegoor (RCE), Daan Zandbelt (College van Rijksadviseurs) en Eric Frijters (lectoraat Future Urban Regions) in gesprek. Foto: Maarten van Haaff

draagvlak voor de grote uitdagingen
‘De twee uitdagingen “energietransitie in het landschap” en “klimaatadaptie in de stad” kunnen niet los van elkaar worden gezien’, vatte Maarten Tas, coördinator Architectuur en programma Erfgoed & Ruimte van het Stimuleringsfonds, de bijeenkomst samen. Om tot oplossingen te komen, zijn integrale beleids- en ontwerpvisies nodig, visies die vraagstukken slim koppelen én oplossingen bieden dichtbij de dagelijkse belevingswereld van burgers. Alleen zo kan het noodzakelijke draagvlak bij de bevolking voor de aankomende ingrijpende veranderingen worden gecreëerd. Ontwerpend onderzoek en cultuurhistorische expertise zijn bij uitstek geschikt om in deze periode van visievorming op het gebied van klimaat en energie betekenisvolle implementatiestrategieën te ontwikkelen, aldus Tas.

Ter afronding plaatste Gaston Gelissen de discussies binnen het traject van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) die 2019 definitief vastgesteld zal worden. Hierin formuleert het Rijk een langetermijnvisie op de ontwikkeling van de Nederlandse leefomgeving. Uiteindelijk is dit het doel: klimaatadaptieve projecten tot uitvoering te brengen, in een samenspel van ontwerpkracht, kennis van cultureel erfgoed en bestuurlijke creativiteit.

Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie voert het Ontwerpprogramma Erfgoed en Ruimte uit in opdracht van de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en Binnenlandse Zaken (BZK), en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Momenteel werken zestien teams in lokale casestudies aan urgente transitieopgaven op het gebied van energie en klimaat.

De tijdens de bijeenkomst getoonde video ‘Rotterdam Central District’ vat de onderzoeksaanzet van een van deze teams samen. Projectteam 'Rotterdam Central District': Arconiko architecten, Plein06, Steenhuis Meurs, Designlab2902 i.s.m. gemeente Rotterdam, Het Hoogheemraadschap, TU Delft en de Vereniging Rotterdam Central District.

Projectteam 'Rotterdam Central District' onderzoekt hoe de culturele erfenis van het Rotterdam Central District benut kan worden om tot een integrale aanpak ten behoeve van de totale stedelijke kwaliteit te komen.

sprekers:
Henk Ovink, Nederlands Watergezant bij Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (I&W), Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Economische Zaken en Klimaat (EZK).
Daan Zandbelt, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving en lid van het College van Rijksadviseurs.
Eric Frijters, lector Future Urban Regions, Academies van Bouwkunst.
Ellen Vreenegoor, programmaleider Water en Erfgoed bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Gaston Gelissen, Programmadirectie Nationale Omgevingsvisie (NOVI), ministerie Binnenlandse Zaken (BZK).

Foto bovenaan: Frido van Nieuwamerongen (Arconiko) antwoordt op vraag van moderator Elisabeth van den Hoogen. Foto: Maarten van Haaff

meer nieuws

popfondsweb.jpg

Nieuw investeringsfonds voor popmuziek

24 september 2018

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ingrid van Engelshoven neemt samen met het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, het Fonds Podiumkunsten en de Sena het initiatief voor een investeringsfonds voor popmuziek. Door samenwerking tussen de genoemde partijen beschikt het fonds over 900.000 euro per jaar in de periode 2019-2021. Het fonds wordt via twee regelingen bij het Stimuleringsfonds en het Fonds Podiumkunsten uitgevoerd.
In januari tijdens Eurosonic Noorderslag worden de twee regelingen gepresenteerd aan de muziekwereld en staan dan open om aangevraagd te worden.

waarom een investeringsfonds voor popmuziek?
Het fonds wil ruimte maken om te investeren in de carrièreontwikkeling van artiesten die al enige tijd werkzaam zijn in de popmuziek. Nederland heeft een relatief kleine thuismarkt voor popmuziek. Het is daarom niet alleen lastig voor sommige artiesten een redelijk inkomen te verdienen, maar er is ook weinig ruimte om te investeren in bijvoorbeeld het opnemen van nieuw materiaal of het ontwikkelen van een goede live-act. Het fonds kan de investeringsruimte vergroten en zo een extra impuls geven aan de carrièreontwikkeling van een artiest. Doel is een structurele verbetering van het verdienmodel van de betreffende artiest. Hiermee haakt het fonds ook aan de Fair Practice Code, van groot belang voor de aangesloten partijen.

De regelingen zijn aan te vragen bij het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en het Fonds Podiumkunsten. Het Stimuleringsfonds ziet potentie om bijzondere projecten mogelijk te maken waarbij talent uit de popmuziek en de ontwerpende sectoren in kruisbestuiving zorgen voor innovatie aan beide kanten. Het Fonds Podiumkunsten ondersteunt met deze regeling popartiesten in het zetten van de volgende stap in hun carrière.

De volledige regeling, toelichting en de richtlijnen zijn in januari 2019 beschikbaar. Houd onze website en die van Fonds Podiumkunsten en Sena in de gaten.

contact
Neem voor meer informatie contact op met ons via tel. 010-4361600 of e-mail via Hugo van de Poel. Of met Fonds Podiumkunsten via tel. 070-7072700 of e-mail via Floris Vermeulen.
stichtingbeeldenstormprofessionalisering.jpg

Extra middelen voor het Stimuleringsfonds: meer ruimte voor talent en experiment

20 september 2018

Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie zal in de periode 2018 – 2020 een aanvullend bedrag van ruim 4 miljoen euro ter beschikking stellen aan de creatieve industrie ter versterking van de internationalisering van de sector, het bevorderen van talentontwikkeling en het aanjagen van experiment, zo maakte minister Ingrid van Engelshoven van OCW bekend.
Het Stimuleringsfonds is verheugd dat het met deze middelen onder andere een Open Oproep voor Werkplaatsen Creatieve Industrie kan uitzetten. Het fonds wil daarmee makers stimuleren in het opzetten van nieuwe onderzoeken en experimenten, in samenwerking met werkplaatsen in zowel het publieke als private domein. Op deze plekken komen verschillende sectoren samen: van makers uit de ontwerpdisciplines tot wetenschap, overheidssectoren en de industrie. Hiermee vormen ze essentiële knooppunten binnen de creatieve industrie en dienen ze als katalysator voor vele vernieuwende (culturele) projecten.

Ook zal binnenkort de Open Oproep Talentontwikkeling in Internationale Context van start gaan. De oproep richt zich op ontwerpers die behoren tot de top van de creatieve industrie en die een bijzondere samenwerking aangaan met een internationale instelling, organisatie of bedrijf.

‘De extra middelen zijn fantastisch nieuws voor alle makers in de creatieve industrie.’


‘De extra middelen zijn fantastisch nieuws voor alle makers in de creatieve industrie. Er is veel behoefte en vraag naar extra middelen voor onderzoek en experiment om de snelle (technologische) ontwikkelingen in onze sector en in de samenleving op creatieve, kritische en innovatieve wijze te kunnen duiden’, stelt Syb Groeneveld, directeur-bestuurder van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

‘Het Stimuleringsfonds krijgt met deze intensiveringen niet alleen de mogelijkheid om snel aansluiting te zoeken bij de beleidsprioriteiten die de minister neerlegde in haar visiebrief 'Cultuur in een open samenleving', maar ook de ruimte om werk te maken van een aantal aanbevelingen uit het sectoradvies ontwerpsector van de Raad voor Cultuur dat onlangs verscheen. Samen met de sector zullen we de verdere invulling van deze extra middelen de komende periode verder concretiseren’, aldus Groeneveld.

Foto: Stichting Beeldenstorm
openoproepturkijeruslandegyptemarokko4.png

Open Oproep Turkije, Rusland, Egypte, Marokko #2

19 september 2018

Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie roept ontwerpers, makers, curatoren en culturele organisaties in Nederland op een plan in te dienen voor een project dat ontwerp inzet voor duurzame en inclusieve samenlevingen. De open oproep nodigt culturele partijen uit om zich samen met een lokale partner te buigen over een actueel vraagstuk, observatie of ontwikkeling in Turkije, Rusland, Egypte of Marokko. In het project dient sprake te zijn van een gelijkwaardige samenwerking tussen partijen.
In de vier landen waar de open oproep zich op richt is sprake van snelle groei van steden waarbij nieuwe relaties ontstaan tussen straatcultuur, identiteit, openbare ruimte en de relatie tussen de stad en het platteland. Het toe-eigenen van de stad door verschillende partijen – grassroots en top-down, publiek en privaat, gevestigd en opkomend – gebeurt op verschillende manieren, zowel in het fysieke als virtuele domein. Ontwerpers worden gevraagd om actuele thema’s die zich verhouden tot de stad, haar omgeving en gebruikers te agenderen, te bevragen of oplossingen aan te dragen. Dit vraagt om cross-disciplinaire en contextgevoelige samenwerkingen op het snijvlak van cultuur, nieuwe media, technologie, ambacht, maatschappij en nieuwe economie.

samenwerking
Het projectteam (de Nederlandse en lokale partners) neemt een standpunt in ten opzichte van duurzame en inclusieve samenlevingen binnen het thema waar het project zich op richt. Het plan geeft inzicht in de manier waarop en waarom verschillende belanghebbenden bij het project worden betrokken. Projecten kunnen diverse vormen aannemen van artistiek, speculatief of ontwerpend onderzoek tot de implementatie van een pilot, interventie of campagne. Het perspectief van Turkse, Russische, Egyptische of Marokkaanse zijde is cruciaal en dient verankerd te zijn in het project.

focus
Dit is een vervolg op de eerste serie Open Oproepen gericht op deze vier landen die het Stimuleringsfonds eerder uitschreef. Na de bevindingen van de eerste serie open oproepen wordt nu nadrukkelijker opgeroepen tot projecten die zich verhouden tot de disciplines in de velden van vormgeving en digitale cultuur en alle mogelijke cross-overs.

indienen
Indienen kan vanaf 1 december 2018 tot en met 21 januari 2019 via de online aanvraagomgeving van het Stimuleringsfonds. Lees hier meer over deze open oproep en hoe hiervoor in te dienen.

vragen?
Voor vragen over de open oproep en de procedure kunt u telefonisch via 010-4361600 of per e-mail contact opnemen met Yasmin Kursun via [email protected] of Zineb Seghrouchni via [email protected].
1anoukbeckersweb.jpg

Toekenningen Talentontwikkeling 2019

18 september 2018

Onlangs zijn achtentwintig ontwerpers afkomstig uit de gehele breedte van creatieve industrie geselecteerd voor een jaar lang ondersteuning vanuit de Deelregeling Talentontwikkeling. Ieder van hen ontvangt een subsidie van € 25.000 en de kans om hun artistieke praktijk verder te ontwikkelen op basis van een zelf geïnitieerd plan. Daarnaast biedt deze beurs ruimte om aandacht te besteden aan professionele ontwikkeling, ondernemerschap en de presentatie van werk.
drie extra beurzen voor het interdisciplinaire werkveld
Al enkele jaren constateert de adviescommissie dat een groot aantal jonge makers interdisciplinair werkt of met hun praktijk meerdere vakgebieden bestrijkt. Zij krijgt bijvoorbeeld portfolio’s onder ogen van documentairemakers die een ontwerpopleiding hebben gevolgd of productontwerpers die digitale cultuur inzetten om bestaande netwerken in de samenleving te bevragen. Om deze makers, die weliswaar een herkenbare affiniteit met het ontwerpveld hebben, maar zich niet sterk positioneren binnen een van de disciplines, te ondersteunen stelt het fonds in de periode 2018-2020 drie extra beurzen beschikbaar voor makers werkzaam op de grensvlakken van de creatieve industrie en beeldcultuur.

indruk commissie
Op basis van 220 portfolio’s en motivatiebrieven zijn 53 kandidaten geselecteerd voor het indienen van een ontwikkelplan. De adviescommissie bestaande uit Valentijn Byvanck (voorzitter), Tanja Koning, Petra Heck, Gerben Willers, Arna Mackic, Joost Emmerik, Toon Koehorst, Floor van Ast en Branko Popovic heeft op basis van deze ontwikkelplannen over achtentwintig dossiers een positief advies uitgebracht. De adviescommissie stelt dat het niveau van de aanvragen op artistiek en creatief gebied hoog is. Het valt op dat deze generatie van jonge makers zich steeds vaker organiseert in een collectief of ander samenwerkingsverband. De commissie waardeert het initiatief van jonge makers om zich op dit vlak te onderscheiden en elkaars kwaliteiten te versterken.
2philipvermeulenweb.jpg
Installatie 'Flap Flap' van Philip Vermeulen

selectie
De adviescommissie kiest voor aanvragers die hebben laten zien dat ze ambitieus zijn en tegelijkertijd een realistisch beeld hebben van wat ze kunnen bereiken in een jaar. De geselecteerden hebben overtuigende ontwikkelplannen geschreven, met prikkelende onderzoeksvragen en veelbelovende samenwerkingen. De commissie verwacht dat de jonge makers in het komende jaar op geheel eigen wijze verder werken aan hun artistieke en professionele ontwikkeling.

De geselecteerde ontwerpers met een werkperiode 2018/2019 zijn:

Tomas Dirrix (architectuur)
Lena Knappers (architectuur)
Teis De Greve (digitale cultuur)
Mirte van Duppen (digitale cultuur)
Darien Brito (digitale cultuur)
Manetta Berends (digitale cultuur)
Bastiaan de Nennie (digitale cultuur)
Wesley de Boer (interdisciplinair)
Waèl el Allouche (interdisciplinair)
Arif Kornweitz (interdisciplinair)
Koen Steger (interdisciplinair)
Lucas Munoz Munoz (interdisciplinair)
Philip Vermeulen (interdisciplinair)
Daria Kiseleva (vormgeving)
Jungmyung Lee (vormgeving)
Irene Stracuzzi (vormgeving)
Knetterijs (vormgeving)
Johanna (vormgeving)
Kostas Lampridis (vormgeving)
Arvid & Marie (vormgeving)
Pim van Baarsen (vormgeving)
Théophile Blandet (vormgeving)
Job van den Berg (vormgeving)
Bernhard Lenger (vormgeving)
Ninamounah (vormgeving)
Gino Anthonisse (vormgeving)
Vera de Pont (vormgeving)
Anouk Beckers (vormgeving)

006representatieveafbeelding.jpg
Elvis Wesley

Foto bovenaan: 'Garment Collective' van Anouk Beckers

openoproepprofessionaliseringontwerpprak.png

Open Oproep Professionalisering Ontwerppraktijk #4

18 september 2018

Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie geeft een impuls aan de praktijkverdieping en professionalisering van ontwerpers en ontwerpstudio’s binnen het vakgebied vormgeving. Ontwerpers en studio’s kunnen tot en met 14 november 2018 voorstellen indienen voor het ontwikkelen van een onderscheidende strategie om tot een toekomstbestendige praktijk te komen.
Het ontwikkelen van een langetermijnvisie en -strategie is belangrijk voor je ontwerppraktijk. In een professionele praktijk plan je tijd in voor zowel je artistieke ontwikkeling als voor je ontwikkeling als ondernemer. Hoe vind je de juiste balans tussen beide? Welke visie heb je op de toekomst en met welke strategie bereik je dat?

Het fonds werkt aan een toekomstbestendig ontwerpveld door verbindingen tussen cultuur, ondernemerschap en maatschappij aan te jagen. Door voorbeeldstellende onderzoeken op het gebied van reflectie en praktijkverdieping mogelijk te maken, beoogt het fonds het ontwerpveld te versterken. Een ontwerppraktijk is onderhevig aan de maatschappelijke veranderingen en is gebaat bij een up-to-date ontwikkelstrategie.

Deze oproep wordt voor de vierde keer uitgezet. Bekijk hier de toekenningen van de eerdere oproepen.

Dien een voorstel in voor een onderzoek naar een passende strategie voor de ontwikkeling en verdieping van je ontwerppraktijk. Benoem de benodigde expertise om de strategie te concretiseren en te implementeren. Besteed in het voorstel aandacht aan de reflectie op ontwikkeling van de eigen praktijk, in relatie tot de positie in het werkveld.

indienen
Het voorstel kun je tot en met woensdag 14 november 2018 indienen via de online aanvraagomgeving van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Lees hier meer over deze open oproep en hoe hiervoor in te dienen.

meer weten?
Voor vragen over de open oproep en de procedure kun je het fonds telefonisch bereiken via 010-4361600. Of per e-mail contact opnemen met stafmedewerker Hugo van de Poel, stafmedewerker Andrea Kristić of coördinator Eva Roolker. Voor deze open oproep kan geen concept van het voorstel aan het fonds worden voorgelegd.
loader

het fonds

subsidies

actueel

openoproepprofessionaliseringontwerpprak.png
Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie geeft een impuls aan de praktijkverdieping en professionalisering van ontwerpers en ontwerpstudio’s binnen het vakgebied vormgeving. Ontwerpers en studio’... meer >
openoproepinterieureninterdisciplinarite.png
Het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie roept ontwerpers op voorstellen in te dienen voor ruimtelijke ontwerpen gericht op inclusief gebruik van het interieur.Interieurontwerp omvat verschillende ve... meer >
loader
loader
loader